Regendruppels op de witte rozen zijn de enige glans van Koninginnedag. Bij de onheilsplek van vorig jaar althans. Getik op paraplu`s, zelfs mensen die druilerig lopen. Voor zover dat kan. Ze staren naar het kruispunt, en zien weer wat ze zagen. Eigenlijk de sfeer van de dag ervoor. De herdenking, met witte balonnen en veel rozen. Tranen. En mooie muziek
Gluif jij of gluif ik? Ik gluif, jij gluif, wij gloven. Allemaal fout. Want het kan niet. Simpelweg omdat het niet in het woordenboek staat. Gluivend kan wel. Iets is gluivend, of totaal niet gluivend. Het is een waardeoordeel.
En waarom kan dat wel, terwijl het ook niet in het woordenboek staat? Gluivend staat over twee jaar in de Van Dale, let maar op. En dus kan het nu al. Het is hip om het woord gluivend te gebruiken. Je loopt vooruit. Deze week werd het voor het eerst door een collega op de radio gebruikt.
Luister maar:
Voor iedereen die dit met veel vraagtekens leest: gluivend komt van internet. Zoek eens bij Google naar gluivend. Juist, allemaal artikelen van de lezerspagina van de Ede Stad. Iemand schrijft daar fantastische verhalen, over lokale helden zoals Teus Kleuf. In vrijwel al die verhalen komt het woord gluivend voor. In de goede zin van het woord. Tot slot, een suggestie voor de Van Dale. Gluivend ~ spectaculair, heldhaftig, fantastisch vb. dankzij gluivend en kordaat optreden werd de man gered.
Werken is wel leuk. Al was het alleen maar om de pauzespelletjes. Kantoorvoetbal of boter-kaas-en-eieren op straat. Meer van die geweldige foto`s zoals boven staan hier.
De meeste mensen stoppen bij 65 jaar, maar ik moet minstens door tot 70. Tenminste, dat vindt Aart. Hij is de oudste werknemer van een metaalfabriekje in Epe. ” Jij, met je dingetje in je hand, minstens tot 70.” Recht van spreken heeft `ie wel. Hij werkt nog steeds, ook al wordt hij bijna 80.
Het ziet er wat onnatuurlijk uit. Een groepje Afghanen bij een kampvuur op de Veluwe. Het leger heeft dan ook maar één optie: een einde maken aan die vredigheid. Binnen no-time is het kamp omringd door bushmasters, jeeps en ander militair machtsvertoon.
De militairen popelen om naar Uruzgan te vertrekken. Hoe eerder, hoe liever. Gesneuvelde collega`s schrikken niet af. “We gaan met z`n allen, we komen met z`n allen terug.” Dat klinkt als een stevig motto. “Je moet de heftige dingen gewoon zo snel mogelijk vergeten.” Blijkbaar is dat de defensietactiek van uitgezonden militairen.
Als ik terugkom van het veld, ontmoet ik een gefrusteerde militair. In vijf jaar tijd is hij nooit uitgezonden. Zijn collega`s zag hij één voor één vertrekken, hij blijft telkens achter. Om onduidelijke redenen, zegt hij. Hij wil eigenlijk niets liever dan Uruzgan. Sterker, zonder Uruzgan voelt hij zich geen volwaardig militair. Hem rest maar één ding. Uit dienst.
Uit de verte zag ik haar al aan komen lopen. Pet, klein rugzakje. Bos zonnebloemen in haar rechterhand. Ze liep alsof ze er al een lange tocht op had zitten, zo`n beetje gebogen.
Ik wilde weten waar ze vandaan kwam. “Uit Enschede.” Vast op vakantie, dacht ik. Iemand komt niet zomaar naar Apeldoorn om bloemen te leggen bij De Naald. “En ik ben vanochtend om zes uur opgestaan om met de trein hierheen te komen,” voegde ze er snel aan toe.
Een vrouw die vier uur reist -twee heen, twee terug- om bloemen te leggen. Dat gaat ver. En dan zag ze het drama op Koninginnedag alleen nog maar op de televisie. Een ooggetuige vertelde me dat hij steeds slechter slaapt, de beelden blijven terugkomen.
Het is nu drie maanden geleden. Dat lijkt alweer best lang geleden. Maar de pijn en het verdriet blijken nog vers te zijn. Eerlijk gezegd werd ik vanochtend verrast. Dit had ik niet verwacht. Naïef misschien. Als mensen er weer over vertellen zie je aan ze dat ze de beelden weer voor ogen krijgen. Dat ebt niet zomaar weg.